Boeken gelezen in 2015-2016

 

1. Gabriel Garcia Marquez - Liefde in tijden van cholera (510 blz) - bespreking op vrijdag 25 september 2015

(ga met de muisaanwijzer over de afbeelding en u ziet een foto van de auteur van het boek)

Zoals vaak het geval is in onze leesclub waren ook deze keer de reacties op dit boek uiteenlopend. Sommigen vonden het een heel leuk boek, aangenaam om lezen en vol verrassende wendingen; anderen vonden er niets aan en waren van mening dat de vrouw in het algemeen in een slecht daglicht werd gesteld.

Het boek gaat over de onmogelijke liefde tussen Florentino Ariza en Fermina Daza. Het hoofdthema van het boek is uiteraard de liefde maar ook het ouder worden en de eenzaamheid. Het verhaal speelt zich af in Zuid-Amerika in de 19de eeuw. Florentino en Fernanda zijn nog heel jong als Florentino haar hartstochtelijke brieven schrijft. De prille liefde wordt echter ontdekt door de vader van Fernanda die zijn dochter ver weg naar een tante stuurt. Als Fernanda jaren later terugkomt, trouwt ze met de arts Orbino. Florentino moet wachten tot de arts overlijdt vooraleer hij opnieuw zijn opwachting kan maken bij Fernanda.

Het boek is prachtig beeldend geschreven in een mooie, poëtische taal. De karakters zijn erg boeiend en de sfeerbeschrijvingen zijn bijzonder mooi. Er wordt een goed beeld geschetst van het leven in de rijke klasse op het einde van de 19de eeuw. Zo was een huwelijksreis die twee jaar duurde, vooral naar Europa in het algemeen en naar Frankrijk in het bijzonder, helemaal niet ongewoon.

De titel met het woord "cholera" moeten wij niet al te letterlijk nemen. De moeder van Florentino zegt dat de symptomen van verliefdheid en cholera dezelfde zijn; beide zijn een ziekte.

Gabriel Garcia Marquez staat erom bekend in zijn boeken vaak over de liefde en de dood te schrijven. In 1982 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur. Hij overleed op 17 april 2014 op 87-jarige leeftijd.

 

2. Nina Weijers - De consequenties (288 blz) - bespreking op vrijdag 30 oktober 2015

(ga met de muisaanwijzer over de afbeelding en u ziet een foto van de auteur van het boek)

Uit de groep komt algemeen naar voren dat we het een raar maar fascinerend boek vonden. Else formuleert het als chaotisch en gefragmenteerd; we weten niet goed wat we eraan hebben en hoe al die fragmenten in elkaar passen. Lucie heeft zelfs geprobeerd op rationele basis een structuur  te ontdekken in  het boek, wat niet lukt. Doris heeft het om dat gebrek aan structuur en ratio zelfs niet aandachtig kunnen lezen.
Het antwoord is beter te vinden in het interview met de auteur uit ‘Boekdelen’ . Hierin vertelt ze te zijn vertrokken  vanuit een ervaring met een couveusekindje van een vriendin, en de vraag of zo’n kindje al een identiteit heeft.  Van hieruit is zij het verhaal beginnen opbouwen zoals men met een kunstwerk kan doen, afgaande op  het gevoel.

Ondanks  (of misschien dankzij) de vele  vraagtekens  na het lezen, werd het een boeiende, gevarieerde en interessante discussie over  identiteit, zijn en niet-zijn, werkelijkheid, de rol van kunst.
Een van de centrale punten van het boek is identiteit. Het hoofdpersonage balanceert voortdurend tussen twee dimensies: de ‘wereld’ waarin we ons als individu moeten manifesteren, zelfs al als baby; de andere dimensie is die van niet-zijn in de wereld of verdwijnen. Minnie Panis reageert als baby niet op wereldlijke prikkels, huilt niet. Minnie Panis raakt als kind helemaal in paniek  wanneer gevraagd wordt wat zij wil worden. Op zevenjarige leeftijd het mysterieuze incident met de vier gestolen portemonnees (identiteiten). Volwassen, worstelt zij met haar identiteit als kunstenaar en de betekenis van kunst.
Ze speelt ook het hele boek door met verdwijntrucs: het doodgeboren zusje, slaapwandelen, al haar bezittingen verkopen als kunstperformance, de bijna-verdrinking op het moment dat zij beseft zwanger te zijn en intussen gefotografeerd wordt door de vader van haar kind, omdat zij de man daartoe contractueel verplicht had alsof zij haar zijn en niet-zijn wilde laten vastleggen.
Het referentiekader van deze dualiteit wordt gelegd in de Tao, die vertolkt wordt door de kinderarts/goeroe die Minnie vanaf haar vroege bestaan begeleidt.
Over kunst laat het boek een aantal wereldlijke opvattingen rollen uit de mond van Minnie’s agent, terwijl Minnie zelf via de kunst en in het bijzonder de performance haar eigen (taoïstische) ideeën wil tot expressie te brengen. Daarbij neemt zij een voorbeeld aan bestaande performancers zoals Bas Jan Ader (die daadwerkelijk op zee verdween) en Marina Abramovic, die zich ter beschikking stelde om ieder die dat wilde onbegrensd in de ogen te staren tot de ‘ikken’ verdwijnen en je oplost in mekaars blik.
Hierbij komt een discussie los over de waarde van conceptuele kunst. Doris zegt dat kunst  voor haar altijd een vaardigheid of ambacht moet inhouden. Hadewych vindt dat kunst enkel de potentie moet hebben iets over te brengen en dat kan dus ook een idee of concept zijn (is een interessant idee geen mentale vaardigheid?) zoals in het voorbeeld van Lucie: een potloodpunt op een gelinieerd blad. Uit zijn context gerukt kan dit inderdaad bij sommigen verrassende gevoelens en gedachten doen ontstaan.

Conclusie: een bizar boek dat ons op een schijnbaar ongestructureerde maar misschien slimme manier confronteert met een aantal zeer fundamentele vragen.

(verslag opgesteld door Hadewych)

 

3. Pascal Mercier - Nachttrein naar Lissabon (460 blz) - bespreking op vrijdag 29 januari 2016

(ga met de muisaanwijzer over de afbeelding en u ziet een foto van de auteur van het boek)

We waren het erover eens dat het in zijn geheel gezien geen opbeurende lectuur was. Een lid vond het een teleurstellend boek; vol zelfbeklag,  pessimistisch,  eenzijdig,  weinig hoopgevend. Zij verlangt van een boek dat het haar verheft, dat het haar iets leert of waarin ze iets herkent. Zij vond de auteur ook pretentieus.

Een ander lid vond het evenmin een gemakkelijk boek maar toch heel boeiend, onder meer vanwege de historische context met de burgeroorlog in Portugal onder het Salazar-regime – nog niet zo lang geleden, in de jaren ’70.  Een man in de midlife crisis verlaat plots de school waar hij jarenlang les heeft gegeven om een totaal nieuwe richting uit te gaan. De filosofische delen waren ook boeiend, toepasselijk en herkenbaar, maar zij vroeg zich af of de auteur dan niet beter een afzonderlijk filosofisch boek had geschreven.  Je kunt, zo vindt zij, het boek in twee delen lezen: Een eerste keer: alleen de filosofische teksten; een tweede keer: de niet-filosofische teksten.Een bedenking die pas na de lectuur bij haar opkwam.Naar het einde toe kon het boek haar niet meer boeien; het was een teleurstellend einde.

De thematiek van de “rijdende trein” als metafoor voor ons vastgeroest zijn in bepaalde patronen of ons vasthouden aan de weg die we zijn ingeslagen, tegen beter weten in,  heeft een ander lid wel aangesproken.   Meteen bleek dat we dit allemaal een intrigerend thema vonden.  Misschien vat je pas de moed om je leven om te gooien in de richting die je denkt te moeten gaan wanneer een shockerende gebeurtenis daartoe aanleiding geeft.

Iemand vond dat zij een filosofisch boek had gelezen in een vlotte roman waarin Raimond Gregorius de zoektocht doormaakt naar de intrigerende persoon Amadeu Prado, maar intussen ook zijn eigen leven in vraag stelt en toetst aan het leven van Prado....” Samengevat:  Zowel Amadeu als Gregorius stellen zich voortdurend levensvragen:  Wie zijn we,  Waarom zijn we zoals we zijn,  Willen we zo zijn,  Hoe VRIJ zijn we om te zijn wie we zijn of te worden wie we willen zijn? Zelfkennis is absoluut nodig om vooruit te komen, om veranderingen toe te staan...  

De interpretatie van de filosofische passages in het boek zijn toch afhankelijk van onze stemming op het moment dat wij ze lezen.

Tot slot: Ondanks het feit dat dit literair werk de indruk geeft een vehikel te zijn voor het uitdrukken van filosofische beschouwingen, wordt de manier waarop de auteur het personage van Prado en zijn omgeving tot leven brengt, gewaardeerd. Sommige passages zijn ontroerend: de brief aan de vader,  het etisch dilemma van Prado bij zijn levensreddende handelingen t.a.v. Mendes,  de levenslange “gecompliceerde compliciteit” tussen Prado en zijn zuster nadat hij ook haar het leven heeft gered,  zijn fervent atheïsme en tegelijk zijn fascinatie voor de bijbel en de katholieke godsdienst,  hoe levenslang pijn lijden (zijn vader, de rechter) een mens zijn menselijkheid bijna ontneemt,  zijn quasi onmogelijkheid tot liefhebben.

Het was alweer een boeiende namiddag.   Met ook nu weer vraagstellingen rond het ego en de ander, rond onthechting en het eenheidsdenken – gedachten waar Hadewych ons ook naar aanleiding van dit boek een beetje meer wegwijs in maakte.   Met als illustratie het verhaal van Joël, de man in het Muinkpark in Gent.

 

4. Marja Pruis - Als je weg bent, over Patricia De Martelaere (224 blz) - bespreking op vrijdag 25 maart 2016

(ga met de muisaanwijzer over de afbeelding en u ziet een foto van de auteur van het boek)

Zoals altijd waren nu ook de meningen over het boek verdeeld; sommigen hadden het boek niet helemaal uitgelezen wegens te moeilijk en onbegrijpelijk; anderen waren heel enthousiast. Marja Pruis heeft een treffende kijk op het werk van Patricia De Martelaere (1957-2009). Het moet wel een buitengewoon knappe vrouw zijn geweest maar helemaal niet soepel in de omgang. Het is tegelijk een fijngevoelige en objectieve, erudiete en leerrijke biografie. Het was zeker geen gemakkelijke lectuur, al zeker niet voor iemand die eerder de mening toegedaan is dat “alles wat we denken voortkomt uit natuurlijke aandrang, instincten, ervaringen, belangen, passies” (p 88) en voor wie filosofie eerder ‘futiel’ is dan ‘fataal’. 

Sommigen vonden het toch een heel deprimerend boek. Zelfmoord wordt verheerlijkt en als een ethische daad bestempeld.

Naar het einde toe wordt het een beetje drammerig. De petite histoire van de relatie van PdM met Hugo Brems,  de details over haar begrafenis,  het speuren van M.Pruis naar details erover… Het doet allemaal niet terzake.

Alles bij mekaar genomen was het toch leerrijk meer over die briljante vrouw te lezen.

Marja Pruis is een Nederlandse schrijfster en columniste. Dit boek beschouwt zij als een persoonlijke zoektocht naar het leven en werk van de Vlaamse filosofe PdM.

 

5. Mark Schaevers - Orgelman, Felix Nussbaum, een schildersleven (424 blz) - bespreking op vrijdag 27 mei 2016

(ga met de muisaanwijzer over de afbeelding en u ziet een foto van de auteur van het boek)

In Orgelman reconstrueert Mark Schaevers het leven en het werk van Felix Nussbaum. Het boek is heel gedocumenteerd. Iedereen van de leesgroep had het boek wel graag gelezen maar enkelen formuleerden toch een paar randbemerkingen. Zo moet dit boek meer als een wetenschappelijk werk worden beschouwd en niet als een roman. Het is een chronologische en sterk gedocumenteerde weergave van het leven van Felix Nussbaum en zijn echtgenote. Mark Schaevers doet bij zijn interpretatie van de schilderijen soms aan "hineininterpretierung". Toch was de bespreking van de schilderijen een grote hulp bij het begrijpen ervan. Er worden heel veel feitelijkheden gegeven maar dat was de opzet van de auteur. Een lid vindt dat het hier om onderzoeksjournalistiek gaat die meer weg heeft van een detective.

Een ander lid heeft het boek tweemaal gelezen en het boeide haar de tweede keer minstens evenveel als bij de eerste lezing. Er is een dubbel aspect aan dat boek: eerst en vooral is er het leven en de persoonlijkheid zelf van Felix Nussbaum. Hij moet geen gemakkelijk karakter hebben gehad. Hij leidde een zwerversbestaan. Ten tweede is er de samenstelling van het boek met een overzicht van zijn werken. Het moet een echt monnikenwerk geweest zijn; Mark Schaevers heeft 12 jaar aan het boek gewerkt. Aan de hand van het leven en het werk van Felix Nussbaum vernemen wij ook veel over de gebeurtenissen in de oorlogsjaren, over de joodse families die voortdurend op de vlucht waren, over het wantrouwen dat er heerste ten overstaan van buren en vrienden, over de vernietiging van kunstwerken onder het bewind van Hitler.

Mark Schaevers ontving voor dit boek de Gouden Boekenuil 2014.